Dat bleek eind 2023 bij de bekendmaking van de algemene werkbaarheidscijfers van de SERV|Stichting Innovatie & Arbeid. Die verbetering is grotendeels te danken aan de industriële sector en de bouwsector. Door een vermindering van de taakeisen en meer autonomie/afwisseling in de job gecombineerd met betere ondersteuning, worden deze jobs meer werkbaar.
In vier nieuwe publicaties zoomen de onderzoekers specifiek in op de resultaten van 20 jaar werkbaarheidsmeting in de industriële sectoren (voeding, chemie, metaal) en de bouwsector.
Toename werkbaar werk in de industrie
In de periode 2019-2023 nam het aandeel jobs zonder werkbaarheidsknelpunten toe (van 49,6% naar 51,8%). Die stijging is voornamelijk te danken aan de voedings-, bouw-, metaal- en chemiesector. Vooral binnen de voedingssector stijgt de werkbaarheid aanzienlijk (43,6% naar 52,4%). In de chemiesector vinden we dan weer de meeste jobs zonder werkbaarheidsknelpunten (stijging van 52,9% naar 60,1%). Binnen de bouw- en metaalsector gaan deze cijfers ook lichtjes vooruit.
Steeds minder werkbaarheidsknelpunten
Om te kunnen spreken van een werkbare job moeten vier voorwaarden vervuld worden: weinig werkstress, motiverend werk, genoeg kansen om bij te leren en een goede werk-privébalans. Het valt op dat de industriële sectoren en de bouwsector op deze vier aspecten van werkbaar werk vooruitgang boeken. Zowel bij de leerkansen, werkstress als motivatie zien we een significante verbetering. Ook de chemie-, metaal- en voedingssector scoren beter in 2023. Omwille van de steekproefgrootte kunnen we deze resultaten niet significant noemen. Dat neemt niet weg dat we wel duidelijke vooruitgang zien voor alle werkbaarheidsaspecten. Vooral in de chemische sector valt het relatief lage aandeel werknemers met werkstressklachten (27,3%) en burn-outsymptomen (10%) op. De chemische sector doet het op dat vlak opvallend beter dan de rest van de Vlaamse arbeidsmarkt.
Risico’s op de werkvloer beperken
Door werkbaarheidsrisico’s op de werkvloer tijdig aan te pakken worden meer werkbare jobs gecreëerd. Bij de werkbaarheidsmeting bekijken we zes risico’s van dichterbij. Enerzijds risico’s verbonden aan taakeisen (werkdruk, emotionele en fysieke belasting) anderzijds de risico’s door gebrek aan hulpbronnen in de job (afwisseling in het werk, autonomie en ondersteuning van de directe leidinggevende).
- Stel minder hoge taakeisen – De werkdruk en fysieke belasting nemen af binnen de industriële sector en de bouwsector. Voor de metaal- en voedingssector gaat het over een significante daling. Voor de chemiesector zien we een significante daling voor fysieke belasting. De bouwsector is koploper wat betreft de werkdruk, sinds 2016 gaat deze in dalende lijn (van 39,6% naar 32,2%). De verlaging van de taakeisen hebben het grootste effect op werkstress en de werk-privébalans, dit heeft een grote impact op de werkbaarheidsknelpunten.
- Bied meer hulpbronnen aan – Het gaat de goede kant op met de hulpbronnen die de werkgever ter beschikking heeft om werk meer werkbaar te maken. Sinds het begin van de metingen is er een positieve evolutie op vlak van taakvariatie, autonomie en ondersteuning vanuit de directe leiding. In de metaalsector zien we een significante vooruitgang voor taakvariatie en autonomie. In de voedingssector is er een forse daling van het aantal werknemers dat onvoldoende door de leidinggevende ondersteund wordt. Voor de chemiesector is er vooral een opvallende vooruitgang op vlak van autonomie. De bouwsector zette ook stappen vooruit maar dan vooral tussen 2016 en 2019. Meer taakvariatie en autonomie zorgen vooral voor een toename van de motivatie en de leermogelijkheden van werknemers. Een betere ondersteuning van de leidinggevende heeft een afname van de werkstress en verbetering van de werk-privébalans tot gevolg.
Bron: SERV – Stichting Innovatie & Arbeid