Ruim 2% van alle werknemers in de privésector in Vlaanderen maakte afgelopen schooljaar gebruik van het Vlaams Opleidingsverlof (VOV) om zich bij te scholen met behoud van loon. Het opleidingsverlof is beduidend populairder bij arbeiders (2,7%) dan bij bedienden (1,8%), maar het percentage bij die laatste groep lag de voorbije jaren wel nog nooit zo hoog. Vanaf komend schooljaar wordt de toegang tot het opleidingsverlof verstrengd, en zullen bijvoorbeeld niet alle deeltijdse werknemers nog gebruik kunnen maken van het systeem.
“Aangezien 30% van al het opleidingsverlof opgenomen wordt door mensen die deeltijds werken, verwachten we dat de verstrenging de populariteit van het Vlaams Opleidingsverlof zal doen dalen”, aldus de experten van Acerta.
Vlaams Opleidingsverlof bevestigt in laatste jaar vóór de hervorming
Vanaf 1 september wordt het Vlaams Opleidingsverlof hervormd. Via dat systeem kunnen werknemers – met behoud van loon – een opleiding van maximaal 250 uur per jaar volgen: maximaal 125 uur wordt toegekend voor een opleiding die een werknemer op eigen initiatief volgt, en maximaal 125 uur voor een opleiding op voorstel van de werkgever. Het systeem kende de voorbije jaren steeds meer succes, zo blijkt uit een analyse van Acerta. Het voorbije schooljaar – het jaar voorafgaand aan de geplande hervorming – maakte 1 op de 47 werknemers gebruik van het opleidingsverlof. Dat zijn er ongeveer evenveel als het schooljaar voordien én een toename met 30% in vergelijking met drie jaar geleden.
Recordaantal bedienden
Het Vlaams Opleidingsverlof is opvallend populairder bij arbeiders (2,7%) dan bij bedienden (1,8%). Toch vestigden de bedienden dit schooljaar een record: nooit eerder vroegen zoveel van hen in de loop van het jaar Vlaams Opleidingsverlof aan om een opleiding te volgen.
Verder blijkt de populariteit van het Vlaams Opleidingsverlof te dalen met de leeftijd en te stijgen met de grootte van onderneming.
Verwachte impact van hervormingen
Vanaf het schooljaar 2025-2026 zal het Vlaams Opleidingsverlof er anders uitzien. Enerzijds worden verschillende opleidingen geschrapt als erkende VOV-opleidingen. Anderzijds wordt de toegang tot het systeem verstrengd. Enkel werknemers die minstens vier vijfde werken en gemiddeld 28 uur per week presteren, zullen nog Vlaams Opleidingsverlof kunnen aanvragen. Tot voor kort moest je als werknemer slechts minstens halftijds tewerkgesteld zijn. De impact van die verstrenging zal voelbaar zijn, zo bevestigen ook de cijfers van Acerta. 30% van alle opleidingsverlof wordt namelijk opgenomen door werknemers die deeltijds werken.
Daarnaast zal het niet meer mogelijk zijn voor werknemers om meerdere opleidingen te combineren om aan de minimumvoorwaarde van 32 opleidingsuren of 3 studiepunten per schooljaar te komen. Bovendien zullen bedrijven minder vergoed worden wanneer een werknemer Vlaams Opleidingsverlof neemt. Het forfait daalt van 21,3 euro naar 14,91 euro per uur.
Elke Adons, juridisch experte bij Acerta: “Dat de hervormingen impact zullen hebben, is zeker. We verwachten een rechtstreekse invloed: werknemers die minder dan vier vijfde werken, vallen tussen de mazen van het net en zullen geen toegang meer hebben tot dit systeem. Ook de andere veranderingen kunnen de populariteit van het systeem doen afnemen. Het valt te verwachten dat het schrappen van opleidingen waarvan de Vlaamse Overheid heeft geoordeeld dat ze onvoldoende het doel dienen – de inzetbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt vergroten – sommige mensen zal doen afhaken. De vermindering van de tussenkomst voor werkgevers zou dan weer minder impact mogen hebben aangezien werkgevers een aanvraag voor VOV in principe niet kunnen weigeren. De kans bestaat natuurlijk wel dat zij door de lagere vergoeding minder geneigd zullen zijn om zelf voor te stellen om een opleiding te volgen. Aan de andere kant blijft het voor werkgevers interessant om in te zetten op talentontwikkeling van hun werknemers. In een snel evoluerend ondernemingsklimaat is aanpasbaarheid cruciaal.”
Bron: voor deze analyse kon Acerta vertrekken van de gegevens van een subset van meer dan 289.000 Vlaamse werknemers. De subset bestaat uit een mix van sectoren, regio’s en grootte bij de werkgevers en bij de werknemers ook van statuut, functie, leeftijd en gender.