NL | FR | LU
Peoplesphere

Welke factoren hebben de groei van de arbeidsproductiviteit in België de afgelopen vijfentwintig jaar ondersteund?

Al enkele decennia vertraagt de groei van de arbeidsproductiviteit (toegevoegde waarde in volume per gewerkt uur) in België, net als in de hele eurozone. Als pijler van de economische groei is die groei van cruciaal belang om de gevolgen van de vergrijzing, vooral in een context van hoge overheidsschulden. De TFP meet de efficiëntie waarmee productiefactoren worden gecombineerd en dient als zodanig als indicator voor technologische vooruitgang en innovatie.

De gegevens van de EUKLEMS-databank van het Federaal Planbureau geven hierop een antwoord. In die databank wordt de groei van de arbeidsproductiviteit opgesplitst in de bijdrage van de productiefactoren arbeid en kapitaal en de bijdrage van de totale factorproductiviteit (TFP).

Een vertraging van de groei van de arbeidsproductiviteit sinds 2000, voornamelijk als gevolg van de TFP

De groei van de arbeidsproductivi­teit per uur bedroeg vóór 2008 (2000-2007) gemiddeld 1,3% per jaar, maar kwam in de periode 2012-2019 uit op slechts 0,6%. Covid ging gepaard met een sterke productiviteitsgroei in 2020 gekoppeld aan de daling van het aantal gewerkte uren, gevolgd door twee jaar van negatieve groei en een lichte heropleving in 2023 en 2024. In de periode 2019-2024 bedroeg de groei van de arbeidspro­ducti­vi­teit gemiddeld 0,8% per jaar.

In de afgelopen vijfentwintig jaar was de totale factorproductiviteit (TFP) de belangrijkste verklarende factor voor de groeivertraging van de arbeidsproductiviteit. De bijdrage is tussen het begin van de jaren 2000 en de laatste subperiode vrijwel gedeeld door drie. Berekend als residu, geeft de TFP de groei in toegevoegde waarde weer die geen verband houdt met de accumulatie van de productiefactoren kapitaal en arbeid. De TFP houdt met name rekening met de effecten van technologische innovaties, productie- of organisatorische processen en zorgt dus voor de groei van de inkomsten op lange termijn.

In de recente periode 2019-2024 is er een lichte opleving van de TFP-groei waar te nemen, waardoor de groei van de arbeidsproductiviteit versnelt.

Een tweede component, het materiële niet-ICT-kapitaal (gebouwen en infrastructuur, machines en uitrusting, vervoermiddelen) dat voor elk gewerkt uur ter beschikking van de arbeidskrachten wordt gesteld (kapitaalintensiteit), speelt ook een steeds minder belangrijke rol in de productiviteitsgroei van de totale economie. De bijdrage van de accumulatie van het immateriële kapitaal (O&O, software) per gewerkt uur is de afgelopen vijfentwintig jaar echter toegenomen. Er moet worden opgemerkt dat de kapitaalmeting rekening houdt met zowel de accumulatie van kapitaal in hoeveelheid, als de verbetering van de kwaliteit van het kapitaal, via de aankoop van machines en productieapparatuur waarin de technologische vooruitgang is geïntegreerd.

Tot slot steeg de bijdrage van de factor arbeid in de verschillende subperioden. De effecten op de productiviteit van veranderingen in de samenstelling van de arbeids­krachten, d.w.z. veranderingen in de kenmerken – geslacht, leeftijd, opleidingsniveau – van de beroepsbevolking worden erin opgenomen. Dit betekent dat een steeds groter deel van de productiviteitsgroei verklaard kan worden door de acumulatie van menselijk kapitaal.

Een sterkere vertraging in de verwerkende nijverheid

De groei van de arbeidsproductiviteit is de afgelopen vijfentwintig jaar veel sterker vertraagd in de verwerkende nijverheid dan in de marktdiensten (figuren 2 en 3). In de recente periode 2019-2024 is die vertraging zelfs nog toegenomen in de verwerkende nijverheid, met een groei van de arbeidsproductiviteit van 0,5%, vergeleken met 2,0% in de voorgaande periode. Deze ontwikkeling vond plaats terwijl de toegevoegde waarde in volume afnam.

Wat de bijdragen betreft, toont figuur 2 dat de TFP op zich alleen al de vertraging van de productiviteitsgroei verklaart. De TFP was begin 2000 nog relatief hoog in de verwerkende nijverheid, maar werd sinds 2019 sterk negatief na de opeenvolging van crisisperiodes. De TFP houdt namelijk ook rekening met schommelingen in de capaciteits­bezettingsgraad. De capaciteitsbezettingsgraad in de verwerkende industrie is de afgelopen jaren bijzonder sterk gedaald, van een jaarlijks gemiddelde van 80,2% in 2019 tot 74,3% in 2024 [2].

De bijdrage van de kapitaalintensiteit steeg van 0,4 procentpunt in de vorige periode tot 1,6 procentpunt, als resultante van de daling van het aantal gewerkte uren en de toename van de voorraad immaterieel en materieel niet-ICT-kapitaal.

Niet alle verwerkende bedrijfstakken hebben een negatieve TFP-groei tijdens de periode 2019-2024. Het gaat vooral om de meest energie-intensieve bedrijfstakken, zoals de chemische industrie, de metallurgie, de vervaardiging van niet-metaalhoudende minerale producten en de houtindustrie, evenals de vervaardiging van transport­middelen. In deze bedrijfstakken is de afgelopen periode een daling van de arbeidsproductiviteit waargenomen.

Een recente versnelling in de marktdiensten

In de marktdiensten is er, na de vertraging van de productiviteitsgroei in de periode 2012-2019 (figuur 3), een lichte versnelling waargenomen in de meest recente periode, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,9% (vergeleken met 0,8% in de voorgaande periode). Deze versnelling wordt verklaard door de TFP, door de verbetering van de kwalificaties van de werknemers en door de accumulatie van het materiële ICT-kapitaal per gewerkt uur. Hoewel de immateriële kapitaalintensiteit de afgelopen periode is gestagneerd, blijft die een belangrijke factor voor de productiviteitsgroei in de marktdiensten, in tegenstelling tot het materiële niet-ICT-kapitaal, dat een negatieve bijdrage heeft geleverd aan de productiviteitsgroei. De periode 2019-2024 is de enige periode waarin de productiviteitsgroei in de marktgerichte dienstensector (0,9%) hoger ligt dan die in de verwerkende industrie (0,5%).

Van de elf bedrijfstakken uit de marktdiensten lieten er zeven een positieve TFP-groei optekenen in de afgelopen periode. De sterkste groei was merkbaar in de bedrijfstakken die O&O-diensten en gespecialiseerde, wetenschappelijke en technische activiteiten leveren. Handel en rechtskundige, boekhoudkundige en beheeractiviteiten lieten ook een relatief hoge TFP-groei optekenen. Door de TFP-groei konden deze vier bedrijfstakken hun productiviteitsgroei in de afgelopen periode verhogen.

Naast O&O-diensten en gespecialiseerde, weten­schappelijke en technische activiteiten hebben nog twee bedrijfstakken, namelijk telecommunicatie en IT-activiteiten, de afgelopen periode een hoge productiviteitsgroei geboekt, die voornamelijk te verklaren is door de kapitaalaccumulatie per gewerkt uur.

 

Bron: Federaal PlanBureau

This website is brought to you by Quasargaming.com's online Fruitautomaten games such as Speelautomaten and Gokautomaten.