Meer dan 6% van de werknemers combineert twee jobs, dat is een record. Opmerkelijk: voor het eerst hebben procentueel gezien evenveel mannen als vrouwen in ons land twee jobs. Dat blijkt uit de meest recente cijfers van statistiekbureau Eurostat die Acerta analyseerde. Vrouwen kiezen beduidend vaker voor een tweede job in loondienst dan mannen. Die laatste gaan op hun beurt na de uren eerder voor een zelfstandige activiteit in bijberoep.
“Zowel de populariteit van de flexi-jobs als de maatregelen die het zelfstandigenstatuut promoten verklaren waarom steeds meer Belgen twee jobs hebben”, aldus de experten van Acerta.
België in de top vijf Europese landen met ‘tweede jobbers’
Een recordaantal Belgische werknemers combineert twee jobs, zo blijkt uit cijfers van Eurostat. In 2025 ging het om 6,1% van alle werknemers. Dat is een toename van 10,9% ten opzichte van vorig jaar, en bijna de helft meer (+48,8%) dan tien jaar geleden. Ons land staat daarmee in de top 5 van Europa. Enkel Estland (6,3%), Finland (7,1%), Nederland (9,4%) en Denemarken (9,5%) tellen een hoger aandeel werknemers met een tweede job.
Vooral vrouwen hebben de voorbije jaren een inhaalbeweging gemaakt, blijkt verder uit de analyse van Acerta. Vandaag zijn er procentueel gezien voor het eerst evenveel vrouwen als mannen (6,1%) die een tweede baan hebben. Het aandeel vrouwelijke werknemers met een tweede job is de voorbije tien jaar met zo’n 56,4% gestegen. Bij de mannen was de toename over diezelfde periode iets minder groot: +38,6%. Opvallend is dat vrouwen vaker lijken te kiezen voor een tweede job in loondienst, vaak een flexi-job dus, terwijl mannen juist vaker een zelfstandige activiteit opnemen.
Tom Dirix, expert flexi-jobs van Acerta: “Er zijn verschillende redenen waarom mensen een tweede baan kiezen. Ze willen bijvoorbeeld meer financiële ruimte, andere talenten aanspreken en ontplooien die ze niet moeten gebruiken in hun hoofdberoep, of ze willen fysiek zwaarder werk afwisselen met een zittende job. Door versoepelde regels is het gemakkelijker geworden om een tweede job te hebben. Een optie die erg populair is, is de flexi-job. We zien in de cijfers van de RSZ dat in absolute aantallen meer vrouwen dan mannen kiezen voor een flexi-job. Die is zowel op fiscaal als sociaal vlak voordelig, en draagt sterk bij aan de toename in de cijfers van vrouwen met een tweede job. Bij de mannen die kiezen voor een tweede job als zelfstandige in bijberoep, zien we dan weer dat de verlaagde drempels voor het statuut een duidelijke rol spelen, waardoor het ondernemerschap (al dan niet als nevenactiviteit) gepromoot wordt.”
Flexi‑jobs blijven ook in 2026 een belangrijke motor achter tweede jobs
Naar verwachting zal het aandeel tweede jobbers ook in 2026 verder toenemen, onder meer door de geplande uitbreiding van flexi‑jobs naar alle sectoren vanaf 1 juli. Dat zowel werknemers als werkgevers positief staan tegenover die verruiming, blijkt uit een recente bevraging van Acerta bij meer dan 2.000 werknemers en 500 werkgevers. Zo geeft één op de vijf werknemers (19,1%) aan in 2026 een flexi‑job te willen uitoefenen. Ook werkgevers tonen zich bereid: 24,4% van de werkgevers met meer dan 10 werknemers zet vandaag al flexi‑jobbers in, en nog eens 9,2% plant dat in 2026 voor het eerst te doen.
Tom Dirix: “Twee jobs hebben is een voorbeeld van hoe flexibilisering kan werken. Tegelijk moet de medewerker wel blijven waken over eigen balans en motivatie. Het kan voor een onderneming een oplossing zijn om voor bepaalde taken op deeltijdse versterking te kunnen rekenen en tegelijk kan het de tijdelijke medewerker goed uitkomen dat die op verschillende fronten verschillende talenten kan uitspelen. Maar de combi van 2 jobs leidt ook tot toegenomen complexiteit en dat heeft zo zijn grenzen. Het is daarom belangrijk dat zowel werkgever als werknemer met een open blik goed de pro’s en contra’s afwegen van dergelijke keuzes, en dat zowel op financieel als praktisch vlak. Wat betekent het voor iemands welzijn en werkdruk om twee jobs te combineren, in hoeverre is het op termijn houdbaar enzovoort.”
Bron: de analyse van Acerta is gebaseerd op data uit de publieke database van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie. Deze cijfers zijn afkomstig uit de Labour Force Survey (LFS), een huishoudenquête die in alle EU-lidstaten wordt uitgevoerd en gecoördineerd door Eurostat; voor België gebeurt de dataverzameling door Statbel.

Catégorie:
Tags: 

