NL | FR | LU
Peoplesphere

Matige groei en oplopend begrotingstekort: België blijft worstelen met de overheidsfinanciën.

Volgens de laatste economische projecties van de NBB zorgt de oorlog in Iran voor een tijdelijke schok op de Belgische economie. Vooral door de olieprijsstijging veert de totale inflatie op, tot gemiddeld 3,4% in 2026. Ze zou evenwel geleidelijk weer afzwakken tot 2% in 2028. De bbp-groei zakt tijdelijk terug tot 0,6% in 2026, na 1% vorig jaar, maar trekt weer aan tot 1,3% in 2028. Volgens deze prognoses loopt het begrotingstekort nog verder op tegen 2028 door de toenemende rentelasten.

De impact van de omvangrijke consolidatiemaatregelen wordt grotendeels tenietgedaan door de oplopende vergrijzingskosten en defensie-uitgaven en dalende ontvangsten.

De wereldeconomie blijft weerbaar

Ondanks de tariefschokken en bijbehorende onzekerheid in de loop van 2025, hielden de wereldeconomie en ‑handel goed stand, mede ondersteund door investeringen in technologie en artificiële intelligentie (AI). De onzekerheid over de nieuwe schok in het voorjaar van 2026 door de oorlog met Iran was initieel heel groot, met name over de energiebevoorrading en andere aanvoerketens. Tot nog toe blijkt de impact evenwel kleiner dan gevreesd, o.m. door een verschuiving naar andere bevoorradingsroutes. De opstoot van de energieprijzen zou volgens de meeste vooruitzichten tijdelijk zijn: volgens de huidige marktverwachtingen zouden de olieprijzen relatief snel normaliseren en blijft de schok tijdelijk en al bij al beperkt in omvang.
Tijdelijke vertraging in 2026, matige groei nadien

Op basis van de huidige hypothesen valt de economische groei in België in het tweede kwartaal van 2026 scherp terug, tot zowat nul maar trekt die daarna vrij snel weer aan. Op jaarbasis zou de bbp-groei dit jaar 0,6% bedragen, na 1% vorig jaar. Daarna ligt de groei met 1,1% in 2027 en 1,3% in 2028 dicht bij de potentiële groei, maar onder het langetermijngemiddelde van de jaren 2010. De Belgische groei zou de komende jaren wat lager blijven dan in het eurogebied als geheel.

De koopkracht valt tijdelijk terug, maar de gezinsconsumptie blijft groeien

De duurdere olie zal op korte termijn wellicht vooral de gezinsconsumptie afremmen. Naast eventuele gevolgen voor het vertrouwen neemt de koopkracht namelijk tijdelijk af in 2026. Dat komt door de hervormingen met de beperking van de werkloosheidsuitkeringen, de onvolledige indexering voor brutolonen boven €4 000 en uitkeringen boven €2 000 vanaf juni 2026 (de “centenindex”), maar ook door de bestaande kenmerken van de indexeringsmechanismen, zoals de gebruikelijke vertraging en vooral het feit dat benzineprijzen niet zijn opgenomen in de gezondheidsindex. In de daaropvolgende jaren veert de koopkracht weer op. Over de hele periode 2026-2028 groeit ze met gemiddeld 0,9% per jaar, wat ongeveer het gemiddelde groeitempo is. Zoals gebruikelijk bij een volatiel inkomensverloop zouden gezinnen hun spaarmiddelen als buffer gebruiken: de gezinsconsumptie blijft ondanks de dalende koopkracht toenemen in 2026, wat een tijdelijke terugval van hun spaarquote inhoudt. In 2027 en 2028 trekt de gezinsconsumptie sterker aan, maar blijft de groei ervan niettemin achter op die van de koopkracht, wat een herstel van de spaarquote mogelijk moet maken.

Herstel van de private investeringen

De bedrijfsinvesteringen deden het behoorlijk goed de afgelopen jaren, onder meer dankzij de bijdrage van de investeringen in immateriële activa, zij het in mindere mate dan in de VS. De groei van de bedrijfsinvesteringen lijkt volgens onze bedrijfsinformatie niet volledig uit koers te worden geslagen door de huidige onzekerheid en zou de komende jaren relatief stevig blijven.

De investeringen in woningen bleven in 2025 verder krimpen en zouden pas vanaf 2026 een bescheiden herstel inzetten. Dat zal weliswaar niet volstaan om de inkrimping van de afgelopen jaren weg te werken. Eind 2028 zouden de woninginvesteringen in reële termen nog 10% lager liggen dan eind 2019.

Kunnen arbeidsmarkthervormingen het tij keren?

Op de arbeidsmarkt was de jobcreatie in 2025 opnieuw beperkt en werd die enkel geschraagd door de zelfstandigen en de werknemers in de niet-marktsector. Het aantal loontrekkenden in de marktsectoren ging er in nettotermen zelfs op achteruit.

De komende jaren zou de werkgelegenheid meer door de privésector worden gedragen, terwijl er in de overheidssector bezuinigd wordt. Het is evenwel een cruciale vraag in hoeverre de aangekondigde arbeidsmarkthervormingen, waarvan de belangrijkste instrumenten binnen de projectieperiode de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd en de re-integratie van langdurig zieken zijn, een toename van de jobcreatie zullen bewerkstelligen. In dat verband hebben tussen januari en juni 2026 al zowat 100 000 werklozen hun uitkering verloren en volgen er nog 70 000 tegen medio 2027. Hun integratie op de arbeidsmarkt zal naar verwachting echter slechts gedeeltelijk en geleidelijk plaatsvinden en zowat een derde van hen zou doorstromen naar andere steunstelsels.

Al met al zou de jobcreatie geleidelijk aantrekken, maar pas vanaf 2027 echt aan kracht winnen, ook gezien de tijdelijke verzwakte activiteitsgroei in 2026. Volgens deze projecties zouden tussen 2026 en 2028 in nettotermen zowat 90 000 extra jobs worden gecreëerd. De werkloosheidsgraad stijgt tot 6,6% in 2026, maar neemt weer wat af tot 6,4% in 2028.

De inflatie wordt weer (tijdelijk) opgestuwd door de energieprijzen

De inflatie, gemeten volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex, was begin dit jaar onder 2% gezakt, maar veerde vanaf maart weer sterk op onder impuls van de duurdere energie. Ze zou dit jaar gemiddeld uitkomen op 3,4%, alvorens weer geleidelijk af te zwakken tot 2% in 2028. De onderliggende inflatie blijft hoog in 2026 en 2027, onder meer door tweederonde-effecten van de nieuwe energieprijsschok. Op basis van de huidige hypothesen zou de energie-inflatie negatief worden vanaf volgend jaar.

Gezien de huidige context zijn de hypothesen voor de energieprijzen cruciaal voor de vooruitzichten inzake inflatie en bbp. Er heerst evenwel veel onzekerheid en in die context heeft de ECB, naast het basisscenario, dan ook een aantal alternatieve scenario’s gedefinieerd.

Door de hogere inflatie zal de indexering de uurloonkostengroei vooral in 2027 weer aanwakkeren, al is dit effect vanwege de aard van de schok (olieprijsschok in 2026) dus beperkter dan bij de energiecrisis van 2022 (gasprijsschok). De ‘centenindex’ zal, door de inherente vertraging in de verschillende indexeringssystemen, vooral in 2027 het grootste drukkende effect op de uurloonkosten hebben. Ondanks de hogere inflatie wordt in deze prognoses nog steeds een technische hypothese gehanteerd van een licht positieve groei van de conventionele lonen in de periode 2027-2028.

Het begrotingstekort loopt nog verder op

Het begrotingstekort loopt in deze prognoses nog verder op de komende jaren, van 5,2% bbp in 2025 tot 5,7% bbp tegen 2028. Hoewel in de najaarsprognoses nog werd uitgegaan van een stabilisatie van het tekort (op een hoog niveau), leiden de intussen uitgestelde overheidsmaatregelen, de lagere economische groei en de hogere rente tot een opwaartse herziening van het begrotingstekort en dus opnieuw tot een verslechtering. De schuldratio zou in 2028 bijna 115% bbp bedragen.

 

Bron: NBB

This website is brought to you by Quasargaming.com's online Fruitautomaten games such as Speelautomaten and Gokautomaten.