Uit het nieuwste monitoringsrapport van de FOD Sociale Zekerheid, blijkt dat België (voorlopig) haar Europese armoededoelstelling voor 2030 behaald heeft. “Dat alle onderliggende sub-indicatoren – zowel ‘monetaire armoede’, ‘quasi-jobloze gezinnen’ als ‘ernstige materiële en sociale deprivatie’ – in dezelfde positieve richting bewegen is opvallend”, volgens Jeroen Horemans van de FOD Sociale Zekerheid.
Risico op armoede of sociale uitsluiting daalde bij 344.000 Belgen
De Europese Unie wil tegen 2030 het aantal mensen met een risico op armoede of sociale uitsluiting verminderen met 15 miljoen. Voor België ligt de doelstelling op 279.000 mensen. De EU-SILC 2025 tonen een vermindering bij zo’n 344.000 mensen sinds 2019. Dat zijn er 65.000 meer dan de oorspronkelijke doelstelling voor 2030.
“Ondanks deze positieve vooruitgang lopen nog steeds ongeveer 1,9 miljoen Belgen het risico op armoede of sociale uitsluiting. Ongeveer 40% combineert sociale risico’s. Bij kinderen zien we de overlap zelfs nog vaker. In 2025 liep bijvoorbeeld meer dan de helft van de kinderen met een risico op armoede of sociale uitsluiting risico op basis van minstens twee sub-indicatoren.” aldus Jeroen Horemans FOD Sociale Zekerheid
Geen afruil tussen een verhoging van lagere inkomens en gezinnen waar niet wordt gewerkt
De vooruitgang sinds 2019 werd voornamelijk gerealiseerd door een versterking van het gezinsinkomen die het financiële armoederisico deed afnemen (met -3,9 procentpunt tot 10,9%). We zien ook dat, na een terugval vorig jaar, er opnieuw minder dan 1 miljoen mensen leven in quasi-jobloze huishoudens, gezinnen waar bijna niet wordt gewerkt.
Volgens Jeroen Horemans van de FOD Sociale Zekerheid blijkt dat “de reële inkomensgroei sinds 2019 sterker was aan de onderkant van de inkomensverdeling. De levensstandaard van deze groepen ging er dus op vooruit. Dit gebeurde in een periode waarin het aantal quasi-jobloze huishoudens niet verder steeg. We zien dus ook dit jaar geen trade-off tussen de verbetering van de laagste inkomens en het aandeel gezinnen waar weinig wordt gewerkt.”
Levensstandaard van bepaalde kwetsbare groepen verbeterd
Voor het eerst sinds lang is er een, weliswaar beperkte, daling (-1,3 procentpunt tot 4,9%) waar te nemen van het risico op ernstige materiële en sociale deprivatie. Dit cijfer peilt of mensen essentiële benodigdheden kunnen veroorloven en schommelt al jaren rond 6%. De recente daling was opvallend groter bij de laagste inkomensgroepen. Dit suggereert dat “de levensstandaard voor de laagste inkomensgroepen en quasi-jobloze gezinnen verbeterde. Maar, we moeten voorzichtig zijn. Zoals altijd kennen armoedecijfers de nodige vertraging[1] en mogen jaar op jaar schommelingen niet te sterk worden benadrukt”, geeft Jeroen Horemans nog aan.
Hoe gaat het verder?
De Europese armoede-indicator (AROPE) is gebaseerd op de EU- SILC-enquête. Die peilt naar de inkomens en levensomstandigheden. De indicator evolueert naarmate:
- er meer of minder mensen zijn die een huishoudinkomen hebben dat onder de armoededrempel ligt (‘armoederisico’ of ‘AROP’);
- er meer of minder huishoudens zijn waar bijna niemand werkt (‘quasi-jobloze huishoudens’ of ‘QJH’);
- er meer of minder mensen zijn die essentiële dagelijkse benodigdheden niet kunnen betalen (‘ernstige materiële en sociale deprivatie’ of ‘SMSD’).
Om het verlaagde aantal personen met een risico op armoede of sociale uitsluiting te behouden en verdere vooruitgang te boeken, kan België inzetten op één of meerdere van deze elementen: het gezinsinkomen versterken, het aandeel gezinnen waar bijna niemand werkt verminderen en/of de koopkracht versterken, zodat mensen noodzakelijke goederen en diensten kunnen aanschaffen.
Hoe de Belgische armoedesituatie zich in de toekomst zal ontwikkelen, hangt af van de mate waarin de maatregelen die de regering voorziet een impact hebben op de drie indicatoren. Een brede, multidimensionale aanpak blijft essentieel, zeker voor huishoudens die met meerdere overlappende risico’s worden geconfronteerd. Het is in dat kader van cruciaal belang om oog te hebben voor de complexiteit van de armoedeproblematiek en het investeringskarakter van sociaal beleid.
Bron: FOD Sociale Zekerheid – [1] De armoedecijfers kennen altijd enige vertraging. De EU-SILC peilt namelijk naar inkomens uit het vorige jaar: zo verwijst EU‑SILC 2025 naar de inkomenssituatie van 2024.

Catégorie:
Tags: 

