NL | FR | LU
Peoplesphere

1 op de 10 werknemers kreeg in 2025 loonopslag boven op de index.

Ruim één op de tien Belgische werknemers (10,81%) kreeg in 2025 een individuele loonsverhoging boven op de automatische indexering, ondanks de wettelijke loonnorm van 0%. Gemiddeld ging het om een opslag van 3,32%. Mannen en arbeiders kregen vaker loonopslag, maar vrouwen, bedienden en jongeren zagen hun loon met grotere percentages stijgen.

De cijfers tonen opvallende verschillen aan:

  • Mannen kregen vaker een individuele loonsverhoging (11,50%) dan vrouwen (9,40%), maar vrouwen zagen hun loon gemiddeld sterker stijgen (3,72% vs. 3,17% opslag).
  • Arbeiders kregen aanzienlijk vaker opslag (15,43%) dan bedienden (9,11%), al was de gemiddelde stijging bij bedienden groter (3,99% vs. 2,28%).
  • Dertigers kregen het vaakst opslag (11,71%), terwijl werknemers onder de 30 de grootste loonstijging noteerden (gemiddeld 4,45%).
  • Wie voltijds werkte (11,01%), kreeg vaker loonopslag dan wie deeltijds werkte (7,52%).

Minder werknemers kregen opslag, maar de gemiddelde loonsverhoging bleef stabiel

In 2025 ontving 10,81% van de werknemers een individuele loonsverhoging. Dat is iets minder dan in 2024 (11,93%), maar nog altijd meer dan in 2023 (7,87%). Het gaat hierbij om een structurele verhoging van het brutoloon, bijvoorbeeld na een positieve evaluatie of promotie, los van de automatische indexering, de anciënniteitsverhoging of een eenmalige bonus.

Stefaan Vandesompele, legal expert bij Attentia, verklaart: “In 2023 zorgde de uitzonderlijk hoge indexering van ongeveer 11% ervoor dat er minder marge was voor individuele verhogingen, maar naarmate de inflatie stabiliseert, ontstaat hier opnieuw ruimte voor. Individuele loonsverhogingen zijn ook niet in strijd met de wettelijke loonnorm van 0%, op voorwaarde dat ze de gemiddelde loonkost op ondernemingsniveau niet doen stijgen.”

Hoewel minder werknemers opslag kregen in 2025, bleef de gemiddelde verhoging min of meer gelijk: 3,44% in 2024 tegenover 3,32% in 2025.

Genderkloof zit vooral in de kans op een loonopslag

De data over 2025 tonen aan dat de genderkloof vooral zit in de kans op een loonopslag. Vorig jaar kreeg 11,50% van de mannen een individuele verhoging, tegenover 9,40% van de vrouwen. ​ Dat komt omdat werkgevers vooral schaarse technische profielen in door mannen gedomineerde sectoren zoals de industrie, extra belonen. Opmerkelijk is dat vrouwen gemiddeld wel een hogere opslag kregen. In 2025 bedroeg deze gemiddeld 3,72%, tegenover 3,17% voor mannen.

Arbeiders kregen vaker een loonopslag, bedienden kregen méér

De cijfers bevestigen dat arbeiders structureel vaker een individuele loonsverhoging krijgen. In 2025 ontving 15,43% van de arbeiders een loonopslag, tegenover 9,11% van de bedienden. Arbeiders kregen in 2025 gemiddeld 2,28% opslag, bedienden 3,99%.

“Het idee dat arbeiders die verloond worden volgens vaste barema’s geen individuele opslag kunnen krijgen, is achterhaald,” duidt Tania Stevens, expert verloning bij Attentia. “Door de schaarste aan technisch geschoolde arbeiders zien we dat werkgevers regelmatig loonopslag geven om talent niet te verliezen. Bij bedienden zijn loonsverhogingen minder frequent, maar gaat het vaker om grotere sprongen bij promoties of jaarlijkse evaluaties.”

Voltijdse medewerkers maken aanzienlijk meer kans op loonsverhoging

Ook het werkregime blijft een bepalende factor voor loonopslag: 11,01% van de voltijdse medewerkers kreeg in 2025 een individuele loonsverhoging, tegenover 7,52% van de deeltijdse medewerkers. Een trend die al jaren dezelfde is. Meer variatie zit er in de hoogte van de loonopslag: in 2025 bedroeg de gemiddelde loonsverhoging 2,64% voor deeltijds werkenden en 3,36% voor wie voltijds werkte.

Stefaan Vandesompele: “We zien dat ‘zichtbaarheid’ op de werkvloer onbewust meespeelt bij het toekennen van opslag. En vrouwen worden hierdoor harder getroffen, omdat zij vaker deeltijds werken. De nieuwe Europese richtlijn rond loontransparantie stelt nochtans zeer duidelijk dat verschillen in verloning objectief verklaarbaar moeten zijn. Een lager percentage deeltijds werkenden dat opslag krijgt, is vanuit dat oogpunt moeilijk te verantwoorden als de geleverde prestaties per gewerkt uur gelijkwaardig zijn.”

Dertigers krijgen het vaakst opslag, jongeren maken grootste sprongen

Tot slot speelt ook de leeftijd een rol voor een individuele loonsverhoging. In 2025 kreeg 11,71% van de dertigers opslag, op de voet gevolgd door de groep onder de 30 (10,90%). Naarmate werknemers ouder worden, neemt de kans op opslag stelselmatig af: bij de 60-plussers ontving slechts 7,84% een loonsverhoging. Ook wat betreft de hoogte van de opslag trekken jongeren aan het langste eind. Werknemers onder de 30 kregen in 2025 gemiddeld 4,45% extra, terwijl dat bij vijftigers gemiddeld op 2,64% lag.

Tania Stevens: “In het begin van een carrière is de leercurve steil, waardoor promoties of functiewijzigingen sneller volgen en loonsverhogingen vaker volgen en hoger zijn. Bedrijven investeren daarnaast extra in jongere generaties om hen aan zich te binden in een krappe arbeidsmarkt. Bij oudere werknemers zien we dat hun loon vaak al tegen de bovenkant van de loonvork aanleunt, waardoor de ruimte voor individuele verhogingen boven op de index beperkter wordt.”

 

Bron: de cijfers in deze analyse zijn gebaseerd op gegevens geregistreerd door medewerkers van bedrijven in de Belgische privésector. Voor 2025 telde de steekproef 25.930 werknemers bij 338 bedrijven. Als individuele loonsverhoging worden beschouwd: loonwijziging na correctie, evaluatie, promotie, wijziging functie, aanpassing van de loonklasse en marktaanpassing.

This website is brought to you by Quasargaming.com's online Fruitautomaten games such as Speelautomaten and Gokautomaten.