1 op 3 kmo’s plant in 2026 bijkomende acties om ziekteverzuim terug te dringen of te voorkomen. Tegelijk tonen recente loondata van de privésector dat kmo’s gemiddeld het laagste ziekteverzuim kennen en dat afwezigheden langer dan een jaar dalen bij kmo’s. Voor organisaties vanaf 50 werknemers komen er vanaf 2026 nieuwe kosten door het Terug‑naar‑Werkplan. Zeven op tien kmo’s in die categorie zijn zich bewust van die bijkomende financiële impact.
Grotere kmo’s zetten het meest in op actie
Kmo’s verschillen sterk in hun aanpak van ziekteverzuim, maar de trend is duidelijk: hoe groter de organisatie, hoe vaker er maatregelen worden genomen:
- 20 tot 249 werknemers: 16% kiest voor een structurele aanpak, met aandacht voor preventie, ergonomie en mentale gezondheid; bijna 4% werkt actief met de arbeidsarts rond aangepast werk. Bovendien plant 8% een intensieve aanpak in 2026.
- 5 tot 19 werknemers: 25% neemt beperkte preventieve acties. 7% kiest voor een structurele aanpak; 4% voor een intensieve. De meerderheid blijft afwachtend.
- Minder dan 5 werknemers: de kleinste kmo’s nemen het minst maatregelen en behouden hun huidige aanpak, zonder bijkomende acties.
Kmo’s hebben het laagste ziekteverzuim
De omvang van de organisatie is een duidelijke bepalende factor voor ziekteverzuim.
Kortdurend verzuim (minder dan 1 maand): in kmo’s met minder dan 20 werknemers was in 2025 45% van de medewerkers geen enkele dag afwezig; in organisaties vanaf 50 werknemers was 65% minstens één dag afwezig.
Middellang verzuim (tussen 1 maand en 1 jaar): kleinste kmo’s blijven onder de 9%. De grootste kmo’s zitten op één op zeven (14%) tot zelfs één op zes (16%) van de medewerkers.
Langdurig verzuim (meer dan 1 jaar): 1,73% bij kmo’s met minder dan 20 werknemers tegenover 3,51% bij kmo’s met 100-250 werknemers. In 2025 steeg het aandeel langverzuimers bij organisaties met meer dan 250 werknemers, terwijl het daalde bij de kleinere organisaties.
Een enkele verklaring is er niet, maar Anneleen Verstraeten van SD Worx vat samen: “Verschillende factoren spelen samen. In compacte teams is er vaak een directe, informele communicatiestijl en een grotere nabijheid tussen leidinggevenden en medewerkers. Dat creëert snel zicht op problemen en laat toe om tijdig bij te sturen. Daarnaast ervaren medewerkers in kleinere organisaties vaak een sterk gevoel van betrokkenheid en verantwoordelijkheid, wat een beschermende factor kan zijn. Tegelijk zien we dat grotere bedrijven meer mogelijkheden hebben voor aangepast werk of re-integratie. Het verzuimbeleid wordt dus bepaald door een mix van menselijke, organisatorische en structurele elementen.”
Nieuwe kosten voor werkgevers vanaf 50 werknemers
Het Terug‑naar‑Werkplan introduceert vanaf 2026 een solidariteitsbijdrage van 30% in de tweede en derde maand van de ziekte-uitkeringen voor werkgevers vanaf 50 werknemers. Zeven op tien kmo’s in deze categorie zijn zich bewust van die bijkomende financiële impact; 16% twijfelt nog.
Anneleen Verstraeten licht toe: “Organisaties met meer dan 50 werknemers betalen vanaf 2026 een extra bijdrage voor elke medewerker die langer dan 30 dagen ziek is. Die kost komt boven op het gewaarborgd loon. In 2025 bedroeg de gemiddelde directe kost van kort verzuim 160.000 euro voor een organisatie met 100 werknemer en 40.000 euro voor 25 werknemers. Daarbovenop komen indirecte kosten zoals productiviteitsverlies, vervanging, werkdruk bij andere collega’s en klantenimpact.”
“De combinatie van stijgende kosten en zichtbare verschillen per bedrijfsomvang maakt een gericht verzuimbeleid onmisbaar. Het is cruciaal dat organisaties hun cijfers kennen en tijdig gepaste acties nemen” concludeert Anneleen Verstraeten.
Bron: SD Worx

Catégorie:
Tags: 

