NL | FR | LU
Peoplesphere

Sociale bescherming buffert hoger risico op inkomensarmoede bij zelfstandigen.

Voor het eerst brengt de FOD Sociale Zekerheid het armoederisico van zelfstandigen in België uitgebreid in kaart. De analyse onthult drie belangrijke inzichten: zelfstandigen hebben een hoger inkomensarmoederisico dan werknemers, sociale bescherming is een cruciale buffer, maar de manier waarop armoede gemeten wordt, vraagt nuance.

Zelfstandigen tussen 18 en 64 jaar hebben volgens Eurostat een armoederisico van 14,2%, tegenover 2,8% bij werknemers. “Op basis van sociaal-demografische kenmerken zouden we dit niet verwachten, want zelfstandigen leven bijvoorbeeld vaker in huishoudens met volledige werkintensiteit”, aldus Jeroen Horemans van de DG Analyse en Monitoring van de FOD Sociale Zekerheid.

Sociale bescherming als buffer

De studie toont dat sociale bescherming een verschil maakt. Bijna één op zeven zelfstandigen ontvangt een vorm van inkomensondersteuning (13,9%). In het laagste inkomenskwintiel stijgt dit tot 21,9%, en tijdens de coronacrisis zelfs tot 72,2% voor deze inkomensgroep dankzij het overbruggingsrecht. “Zonder sociale bescherming zou het armoederisico van zelfstandigen in 2020 dubbel zo hoog zijn geweest. Volgens meer recente cijfers, verminderen sociale uitkeringen hun armoederisico nog steeds met 26,9%”, zegt Sven Vanhuysse van de DG Juridische expertise van de FOD Sociale Zekerheid.

Verschil naar gender en gezinstype

Meer gedetailleerde analyse op basis van BELMOD (microsimulatiemodel waarmee beleidsmakers de impact van beleidswijzigingen in de sociale uitkeringen en belastingen kunnen onderzoeken) en administratieve data voor 2019 toont dat de impact van sociale bescherming verschilt naar gender en gezinstype. Kinderbijslag verlaagt het risico bij gezinnen met kinderen met 27%, terwijl pensioenuitkeringen (-18,5%) en ziekte- of invaliditeitsuitkeringen (-9,4%) vooral gezinnen zonder kinderen helpen.

“Terwijl vrouwelijke zelfstandigen doorgaans een beperkter individueel inkomen aangeven, zien we dat dit zich niet vertaalt in een armoedekloof op huishoudniveau tussen mannen en vrouwen. Dat is een gevolg van de cumulatie van arbeidsinkomens én sociale uitkeringen binnen gezinnen.”, aldus Jeroen Horemans.

Nuance in meting: levensstandaard telt mee

Inkomens uit zelfstandige arbeid zijn moeilijk te meten. Daarom wordt armoede ook beoordeeld via materiële deprivatie: het zich niet kunnen veroorloven van essentiële zaken.

Opvallend: Terwijl het risico op inkomensarmoede bij zelfstandigen de voorbije jaren schommelde tussen 10,7% en 16,2%, veel hoger dan bij werknemers (2,5% tot 3,9%); ervaart slechts 1,4% van de zelfstandigen ernstige sociale en materiële deprivatie, tegenover 2,8% bij werknemers.

Het beperkte beschikbare gezinsinkomen en de moeilijk meetbare inkomsten uit zelfstandige arbeid verklaren mede dit verschil.

“Werknemers hebben hun maandelijkse loonbrief, maar bij zelfstandigen is het echte inkomen pas met drie jaar vertraging gekend. Dit maakt dat de inkomens van zelfstandigen moeilijker te vatten zijn”, aldus Sven Vanhuysse

De meest gemelde problemen – zoals geen onverwachte uitgaven van €1.300 kunnen betalen of een week vakantie per jaar – blijven ook voor zelfstandigen een uitdaging, zij het in beperktere mate. Bij zelfstandigen kan 10,6% zich geen week vakantie per jaar permitteren, tegenover 13% bij de werknemers in België.

Ondanks de complexiteit van armoedemeting bij zelfstandigen, speelt sociale bescherming ook voor hen een sleutelrol in het beperken van inkomensarmoede Zeker de voorbije jaren in crisistijden heeft de sociale zekerheid mee het armoederisico van zelfstandigen gebufferd ”, zegt Jeroen Horemans.

Minister Simonet bevoegd voor Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s aan het woord:

“Deze studie legt een opvallende paradox bloot: hoewel zelfstandigen cijfermatig een hoger risico op inkomensarmoede lopen, ervaren ze dat in de praktijk zelf minder zo. Ondernemers zijn van nature weerbaar en trekken hun plan, maar die autonomie mag geen blinde vlek in onze sociale bescherming worden. In mijn KMO-plan dat ik begin 2026 voorstelde, zetten we daarom ook vol in op het versterken van het sociale vangnet. We doen dit met heel concrete maatregelen die de zelfstandige beschermen op belangrijke momenten in hun leven, zoals de verlenging van het moederschapsverlof naar 15 weken en de invoering van ouderschapsverlof.

Daarnaast zorgen we dat de overheid er staat wanneer het echt moeilijk gaat. Door de aangifte en gelijkstelling bij arbeidsongeschiktheid te automatiseren, garanderen we dat uitkeringen sneller en zonder administratieve rompslomp bij de ondernemer terechtkomen.

Sociale bescherming moet voor de zelfstandige geen gunst zijn, maar een fundament onder hun durf.”

Minister Vandenbroucke, Vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Armoedebestrijding: “Dit rapport toont dat armoede bij zelfstandigen vaak minder zichtbaar is, maar daarom niet minder reëel. Sociale bescherming maakt voor hen het verschil: ze vangt schokken op, voorkomt dat tijdelijke tegenslagen blijvende armoede worden en beschermt hele gezinnen. Het bewijst waarom investeren in een sterke, toegankelijke sociale zekerheid geen kost is, maar een noodzakelijke pijler in de strijd tegen armoede, ook voor mensen die werken en ondernemen.”

 

Bron: FOD Sociale Zekerheid

This website is brought to you by Quasargaming.com's online Fruitautomaten games such as Speelautomaten and Gokautomaten.