Voor zestig procent van de Belgen blijft praten over loon een taboe op de werkvloer. Dat salarissen nog altijd niet openlijk besproken worden, blijkt ook uit de mate waarin werknemers op de hoogte zijn van elkaars verloning: slechts 29 procent weet exact wat directe collega’s verdienen. Van de werknemers die er wél over praten, geeft 23 procent toe het onderwerp soms bewust te vermijden en zegt 26 procent opzettelijk een ander bedrag te noemen.
Waarom vermijden werknemers het onderwerp of liegen ze erover?
De redenen waarom werknemers niet open zijn over hun loon zijn vooral persoonlijk van aard. Voor 37 procent is loon in de eerste plaats een privézaak. Daarnaast wil 37 procent ongemakkelijke gesprekken of spanningen op de werkvloer vermijden. Bijna een kwart (23%) zegt dit te doen om zijn positie of status binnen de organisatie te beschermen, terwijl een even grote groep vreest dat collega’s jaloers zullen reageren. Vijftien procent schaamt zich naar eigen zeggen voor het eigen loon.
Hoe transparant zijn werkgevers?
Ook werkgevers spelen een belangrijke rol in de mate waarin lonen bespreekbaar zijn. Toch blijft volledige transparantie eerder uitzonderlijk: slechts 14 procent zegt te werken voor een organisatie waar alle individuele lonen openbaar zijn. Bij 36 procent van de organisaties zijn de loonschalen bekend, maar blijven de individuele bedragen vertrouwelijk.
Openheid hoeft echter niet altijd van bovenaf te komen: bij 24 procent van de bedrijven biedt de werkgever geen transparantie, maar bespreken collega’s het onderwerp onderling wel. Bij de overige 18 procent blijft loon volledig taboe: zowel werkgevers als collega’s zwijgen erover. 8 procent van de werknemers geeft aan niet te weten hoe transparant hun werkgever is over salarissen.
Willen werknemers dit eigenlijk wel weten?
Tegelijk blijkt openheid niet voor iedereen een prioriteit. Ruim de helft (55%) zegt geen behoefte te hebben om te weten wat collega’s verdienen. Daarbij zijn er duidelijke generatieverschillen. Van de 55-plussers geeft 76 procent aan dit liever niet te willen weten, terwijl jongere werknemers tussen 18 en 34 jaar net het tegenovergestelde aangeven. In die groep zegt 65 procent wél te willen weten wat collega’s verdienen.
Van hen gaan 43 procent het gesprek aan om na te gaan of hun eigen loon correct is. Een kwart (26%) doet dat om sterker te staan in loononderhandelingen, terwijl 31 procent aangeeft gewoon nieuwsgierig te zijn.
Karen White, Head of Public Policy EMEA: ‘‘Het salaristaboe bestaat al decennialang en zien we ook in deze cijfers duidelijk terug. Toch is de arbeidsmarkt aan het veranderen: werknemers hebben meer opties en ontwikkelen daarom andere verwachtingen van werkgevers, zo ook als het gaat om openheid over loon. Wie weet hoe salarissen tot stand komen, kan beter beoordelen of hij eerlijk wordt beloond en sterker onderhandelen over zijn eigen positie. Met de EU-richtlijn loontransparantie die eraan komt, wordt dit gesprek bovendien onvermijdelijk. Bedrijven die hier nu op anticiperen, zullen beter kunnen voldoen aan de wet en zullen ook degenen zijn die het taboe echt doorbreken.’’
Bron: onderzoek van HR-techbedrijf Deel bij meer dan 1.000 Belgische respondenten.

Catégorie:
Tags: 

