Een recente studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen (met Helan in Vlaanderen) toont aan dat werkende moeders een aanzienlijk hoger risico lopen op arbeidsongeschiktheid door psychische problemen dan vaders. Moeders die samenwonen met een partner hebben gemiddeld 2 keer meer kans om uit te vallen op het werk omwille van mentale aandoeningen dan vaders. Dat verschil loopt verder op naarmate er meer jonge kinderen in het gezin zijn, tot bijna drie keer hoger voor moeders in gezinnen met drie of meer kinderen.
De Onafhankelijke Ziekenfondsen pleiten daarom voor maatregelen die zorg en betaalde arbeid evenwichtiger verdelen tussen ouders.
Work-life (dis)balans onder druk
De Belgische arbeidsmarkt wordt gekenmerkt door een sterke genderkloof, vrouwen werken vaker deeltijds (vier op vijf deeltijdse werknemers zijn vrouwen) en onderbreken hun loopbaan vaker voor het opnemen van zorgtaken. Tijdsbestedingsonderzoek toont aan dat werkende moeders wekelijks gemiddeld vijftien uur extra besteden aan zorg- en huishoudtaken in vergelijking met vaders.
Uit de literatuur blijkt dat het krijgen van kinderen één van de belangrijkste redenen van genderongelijkheid op de arbeidsmarkt is. Een recente studie van Fontenay en Tojerow berekende voor het eerst de ‘child penalty’ in Belgische context: moeders hebben 40% meer risico op arbeidsongeschiktheid dan vaders tot acht jaar na de geboorte van hun eerste kind, terwijl dit voor de geboorte van het eerste kind gelijkloopt voor mannen en vrouwen.
“Loopbaanonderbrekingen en thematische verloven maken het makkelijker om werk en gezin te combineren, maar wegen vaak op de loopbaan van vrouwen. Geboorteverlof kan dat evenwicht helpen herstellen, maar blijft onderbenut omdat het nog te vaak wordt gezien als een gebrek aan werkmotivatie. Daardoor blijven vooral vrouwen het opnemen, wat bestaande genderpatronen versterkt.” stelt Katrien De Reu, arts-experte bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen.
Hoe meer jonge kinderen, hoe groter de kloof
Onze cijfers laten weinig ruimte voor interpretatie: moeders worden disproportioneel zwaar getroffen door mentale arbeidsongeschiktheid, en de kloof met vaders is groot en structureel. Moeders die samenwonen met een partner hebben 2,27 keer meer kans op mentale arbeidsongeschiktheid dan vaders die samenwonen met een partner. Voor alleenwonende ouders is het verschil nog meer uitgesproken met een 2,67 keer hogere kans voor moeders dan voor vaders.
De genderkloof wordt groter naarmate er meer jonge kinderen (tot de leeftijd van 7 jaar) in het gezin zijn. Bij moeders stijgt het risico op mentale arbeidsongeschiktheid duidelijk wanneer er meerdere jonge kinderen samen in huis zijn. Bij vaders zien we dat effect niet: noch het aantal kinderen, noch een nieuwe geboorte, noch de tijd sinds de geboorte heeft een merkbare impact op het risico.
- Zonder jonge kinderen: moeders hebben 2,21 keer meer risico dan vaders
- Met één jong kind: 2,37 keer meer risico voor moeders dan vaders
- Met twee jonge kinderen: 2,47 keer meer risico voor moeders dan vaders
- Met meer dan twee jonge kinderen: 2,99 keer meer risico voor moeders dan vaders
Nood aan structurele hervormingen
Om de stijgende uitval om psychische redenen bij moeders aan te pakken en de genderkloof te verkleinen, formuleren de Onafhankelijke Ziekenfondsen volgende aanbevelingen:
- Gebruik het familiekrediet als hefboom voor gendergelijkheid, met bijzondere aandacht voor alleenstaande ouders:
- Normaliseer en stimuleer de opname van geboorteverlof. Een ondersteunende werkcultuur, waarin verlofopname mogelijk is zonder schuldgevoel, sociale druk of negatieve gevolgen voor de loopbaan is essentieel.
- Garandeer dat alleenstaande ouders, vanaf de geboorte of na het wegvallen van de andere ouder, recht hebben op een equivalent ouderschapsverlof als in tweeoudergezinnen.
- Maak werk van administratieve vereenvoudiging en harmonisatie van verlofstelsels over de verschillende professionele statuten heen.
- Zorg voor meer flexibiliteit in de opname van ouderschapsverlof met onder andere ook een mogelijkheid tot deeltijdse opname bij mensen met een deeltijds contract. Dit verlaagt de drempel voor ouders die momenteel om financiële of organisatorische redenen het verlof niet opnemen.
- Investeer in betaalbare, kwaliteitsvolle en flexibele kinderopvang, dit kan een belangrijke motor vormen voor gendergelijkheid.
- We vragen het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen om onderzoek te voeren naar concrete en evidence-based oplossingen om de genderkloof gelinkt aan ouderschap te verkleinen, met bijzondere aandacht voor arbeidsongeschiktheid.
“Zonder structurele ingrepen dreigt de combinatie van werk en gezin voor veel moeders onhoudbaar te worden. Een evenwichtige verdeling van zorgtaken is cruciaal. Niet alleen voor gendergelijkheid, maar ook voor de mentale gezondheid van werkende ouders,” besluit De Reu.
Bron: de studie is gebaseerd op de gegevens van 313.088 leden van de Onafhankelijke Ziekenfondsen over de periode 2017–2025. De studie onderzoekt het verband tussen gezinscontext, arbeidsmarktparticipatie en mentale arbeidsongeschiktheid, met bijzondere aandacht voor gender- en gezinsverschillen.

Catégorie:
Tags: 

